‘Als het over inclusie gaat, denken we vaak te moeilijk’

“Ik heb vrienden gemaakt!” zegt Lucas in de korte documentaire die gemaakt werd over het project BinnensteBuiten, een project waarbij kinderen met en zonder handicap elkaar ontmoetten in het theater. Terwijl hij het zegt, verschijnt er een brede grijns op zijn gezicht. Lucas zit op de Emiliusschool, een school voor kinderen met EMB. Samen met zijn klasgenoten en de kinderen van de reguliere basisschool de Harlekijn uit Son en Breugel maakte hij kennis met dans, muziek én andere kinderen. Het project werd vanwege het inclusieve karakter bekroond met de Nationale Onderwijsprijs 2025. 

De hartverwarmende reactie van Lucas is alleszeggend over het succes van het project. Voor Martin Heeffer, sinds zes jaar directeur-bestuurder van de Emiliusschool, is BinnensteBuiten onderdeel van iets groters. De missie: inclusie vergroten.

Als het om de inclusie van mensen met EMB gaat, heeft de samenleving nog een lange weg te gaan. Mensen met EMB en hun gezin worden te weinig betrokken, wetten en regels zijn te complex en daar is ook nog eens te weinig aandacht voor. Tegelijkertijd laat een project als BinnensteBuiten zien dat verandering niet groot hoeft te beginnen. 

Tijdens de Week tegen Eenzaamheid, een week waarin ontmoeting en verbinding centraal staat, spraken we met Martin over cultuur in het onderwijs, het belang van zulke ontmoetingen, over waarom inclusie nog altijd zo moeilijk is en over hoe je met kleine stappen toch iets in beweging zet.

“Hoe kwam BinnensteBuiten op jullie pad?”
“Een paar jaar geleden kreeg ik een mail met de vraag of onze school wilde meedoen aan een theaterproject. Ik had toen nog geen idee welke impact het zou hebben, maar ik dacht meteen: waarom niet? Eerlijk gezegd wist ik ook niet hoe passend cultuuraanbod voor onze leerlingen eruit moest zien, maar ik wil alle vormen van inclusie onderzoeken. Dus zijn we gewoon begonnen. Het ergste wat kan gebeuren, is dat het niet lukt. Wat is dan het risico?”

“Wat hield het project precies in?”
“Een aantal leerlingen van de Emiliusschool volgde op school een educatieve workshop van dansgezelschap De Stilte en gingen in het Parktheater in Eindhoven naar de voorstelling kijken. Het eerste jaar alleen met onze kinderen, maar daarna ontstond het idee om er een klas uit het reguliere onderwijs bij te halen. Uiteindelijk kwamen vier klassen van onze school en groep 3 van basisschool de Harlekijn een aantal weken achter elkaar samen voor een workshop waarin dansen en muziek maken centraal stonden, een voorstelling van De Stilte en een gezamenlijke afsluiting. Zo hebben we het twee jaar gedaan. In het tweede jaar wonnen we er de Nationale Onderwijsprijs voor het primair onderwijs mee.”


“Waar zat het succes volgens jou in?”
“We hebben aan twee werelden iets toegevoegd. Kinderen uit het reguliere onderwijs en kinderen van onze school komen elkaar normaal gesproken niet tegen, en als dat wel gebeurt, is het meestal vanuit een ‘zieligheidsperspectief’. Nu leerden ze elkaar kennen als gelijken.”

“De eerste keer was het voor de kinderen van de basisschool best even aftasten. Wat kunnen kinderen met EMB wel en niet? Hoe communiceer je met iemand die niet goed kan praten? Hoe speel je met iemand die niet goed kan lopen? Maar in de loop van het project werd de handicap voor de kinderen steeds minder zichtbaar, en het kind erachter steeds meer. Op een gegeven moment is dan de handicap niet meer bepalend, maar de mensen die met elkaar in verbinding staan.”

“Onlangs gingen onze leerlingen weer op bezoek bij de klas van de Harlekijn waarmee we de eerste editie deden. Toen Lucas binnenkwam, begroetten de kinderen hém, niet dat jongetje met de handicap. Ze zágen hem. Lucas was daar zo blij om: hij had vrienden gemaakt. Dat zegt eigenlijk alles. Deze kinderen zullen voor altijd met een andere blik naar de leerlingen van de Emiliusschool kijken. En zolang ze in Son en Breugel wonen, komen ze elkaar tegen.”

“Waarom vinden we dat eigenlijk nog steeds niet normaal?”
“ik denk omdat we mensen met EMB in het dagelijks leven zo weinig zien. Het is een heel kleine groep. We zijn niet gewend aan mensen met een beperking, dus zien we eerst de beperking en pas daarna de mens. Dan vraag ik me af: hoe veranderen we die ‘bedrading’ in je hoofd? Want daar begint het. Hoe maken we het normaal? Ik betrap mezelf er ook nog weleens op. Laatst stond er iemand met een tillift bij een auto, en ik bleef toch even kijken. Later vroeg ik me af waarom eigenlijk. Als iemand anders zijn auto uitlaadt, blijf ik ook niet staan. Sommige dingen vind ik blijkbaar toch ‘vreemd’, ook al heb ik elke dag met mensen met een beperking te maken. Daarom zijn projecten als BinnensteBuiten zo belangrijk.”

“Waarom worden dit soort projecten dan niet veel vaker gedaan?”
“We denken vaak te moeilijk. We zijn gewend te denken in beperkingen, niet in mogelijkheden. Maar in de praktijk blijkt het vaak helemaal niet zo ingewikkeld. Een voorbeeld: Het Houten Huis, een beeldend muziektheater, kwam hier op school een voorstelling geven. Na de eerste voorstelling stonden er meteen een paar collega’s bij me op de stoep. Ze vonden het niet passend: de voorstelling ging te snel en was te hoog gegrepen. Het Houten Huis stond enorm open voor die feedback. Aan de voorstelling zelf is uiteindelijk weinig veranderd, maar het tempo ging omlaag. En toen bleek het een groot succes. Dat vind ik zo tof: door met elkaar in gesprek te gaan, zetten we samen iets moois neer.”

“Jullie doen veel met kunst en cultuur. Waarom vind je het zo belangrijk om dat aan de kinderen aan te bieden?”
“Kunst is een van de weinige dingen waar geen grens of norm aan zit. Jij vindt een schilderij mooi of niet, maar je weet nooit hoe een ander het beleeft. Dat haalt al veel drempels weg. Er is ook onderzoek gedaan naar wat kunst met mensen doet. Wat mij daarvan vooral is bijgebleven: kunst is goed voor je mentale gezondheid. Als dat geldt voor mensen zonder beperking, geldt het ook voor mensen met een beperking.”

“Ondanks het succes van BinnensteBuiten het project nu gestopt. Hoe kan dat?”
“Geld. Er is geen structurele financiering voor dit soort projecten. We werken er nu hard aan om dat te regelen. We willen dit project een structurele basis geven, dus als het niet met financiering lukt, regelen we die financiering zelf. Het gaat om een paar duizend euro, dat is niet eens veel geld voor een levenslange ervaring. Als je iets belangrijk vindt, moet je niet blijven wachten.” 

“Je zet je in voor inclusieve projecten, maar je bent op veel meer terreinen actief. Waar komt die drive vandaan om je in te zetten voor een inclusievere samenleving?”
“Ik begon 6 jaar geleden als directeur en bestuurder bij de Emiliusschool. Mensen met EMB is een hele kleine, onzichtbare groep. Dat maakt hen kwetsbaar. Ik denk dat we het onderwijs steeds beter op de rit hebben. We zijn enorm actief bezig met het mee-opstellen van de functionele kerndoelen, zodat er een goed fundament ligt waarvan we met elkaar zeggen: dit is onderwijs.”

“Als we het over inclusief onderwijs hebben, gaat de discussie vaak over financiering. Het gaat niet eens over de vraag of deze kinderen leerbaar zijn en wat dat toevoegt aan een leven van een mens die gelijke rechten heeft. Maar wie betaalt dat onderwijs dan? Als onze leerlingen niet onder onderwijs vallen, komt er geld vrij voor de grote groep. De kleinste groep, met de minste mogelijkheden om voor zichzelf op te komen, trekt dan steeds aan het kortste eind.”

“In mijn rol als bestuurder ben ik me gaandeweg steeds meer gaan afvragen: hoe maak ik écht impact voor deze doelgroep en voor de school? Hoe breng je beweging op gang? En hoe zorg je dat je in het versnipperde landschap van gehandicapt Nederland zichtbaar bent? Dat is mijn zoektocht.”

“En hoe doe je dat dan?”
“Ik probeer mensen met EMB op zoveel mogelijk plekken zichtbaar te maken en anderen bewust te maken van deze doelgroep en van waar zij tegenaan lopen. Daarom ga ik overal relaties aan en lever ik input aan organisaties en de overheid, zodat zij hun werk goed kunnen doen. Denk aan samenwerkingsverbanden van scholen, kennisgroep Speciaal, maar ook aan het Kennisnetwerk ZEVMB. Ik organiseer ook zelf overleggen tussen onderwijs, gemeenten, zorginstellingen en zorgkantoren, in de hoop dat organisaties meer met elkaar gaan samenwerken.”

“Impact maken zie ik als een spinnenweb: je moet overal draden spinnen. Zichtbaar worden in de samenleving en op communicatiekanalen. Verandering in gang zetten in de politiek. Verbindingen aangaan die onhandig voelen. Erover schrijven, zodat je anderen inspireert.”

“Soms werkt dat verrassend goed. Samen met een collega-bestuurder schreef ik een brief die leidde tot een motie over de bekostiging van EMB-onderwijs. Ik had nooit gedacht dat één brief zoveel in beweging kan zetten.”

“Wat wil je mensen meegeven die zich willen inzetten voor een inclusieve samenleving?”
“Maak verbinding. Zet je eigen bril even af, ga door dat stukje ongemak heen en kijk wat het je brengt. Echt contact kan voor iedereen heel waardevol zijn. Mensen met een beperking zijn bijzondere mensen: wat je ziet, is wat je krijgt. Ze zijn gevoelig voor energie en oordelen niet. Maar je moet wel de tijd nemen voor contact, anders staat die handicap iedere keer in de weg. Dat hoeft niet eens iets groots te zijn. Onlangs zat ik op een bankje bij de ijssalon in Son en Breugel. Er kwamen twee mensen met een verstandelijke beperking en een begeleider naast me zitten. Terwijl ik mijn ijsje at, maakte ik een praatje met een van hen. Ik wist dat er nieuwe boswoningen waren gebouwd, dus ik vroeg of hij al verhuisd was. Vol trots vertelde hij daarover. Toen hij wegging, had hij een lach van oor tot oor. Hoe simpel is het om gewoon even een gesprekje aan te knopen en de tijd te nemen?”

“En aan andere organisaties?”
“Uiteindelijk begint een inclusieve samenleving bij volwassenen. Wij moeten kinderen bij elkaar brengen, zodat het voor hen normaal wordt. Als wij geen activiteiten organiseren, gebeurt er niets. Dus heb je een idee, ga gewoon aan de slag. Er zijn altijd mensen te vinden die mee willen doen en die willen helpen om jouw idee uit te voeren. Het heeft misschien even tijd nodig, maar je bent nooit alleen.”